klik voor groter plaatje (nb wel 306 kb) NB onderstaand verhaal is overgenomen uit FIETS 5/1996.
In de afgelopen jaren is de roeifiets verder ontwikkeld en is de Thys 222 (zie hiernaast) de meest gangbare roeifiest. Er worden zelfs specifieke roeifietskampioenschappen voor gehouden. Kijk voor meer informatie bij Thys Roeifietsen

Thys 280 lage roeifiets

De eerste blik op de lage roeifiets van Derk Thys zorgt voor verwarring. Ben je net tot de conclusie gekomen dat het hier hoogstwaarschijnlijk om zo'n spectaculair snelle lage ligfiets gaat, zie je dat het crankstel ontbreekt. Als even later de staalkabel naar het stuur, de omgedraaide achterderailleur en het voetenboard met naast elkaar liggende klikpedalen in het oog springen, slaat het vakje in het menselijk brein met het label 'fiets' op tilt. Wat is dit? Dit 'ding' is ongetwijfeld het meest spectaculaire 'human powered vehicle' dat in Nederland geproduceerd wordt.
roeifiets De 2 meter 80 lange lage roeifiets van voormalig windsurfkampioen Derk Thys is de opvolger van de al weer vele jaren in omloop zijnde hoge roeifiets en het broertje van een ander vreemd rijwiel: 'de funfiets'. De roeifiets wordt aangedreven op de manier zoals een roeier zijn roeiboot door het water trekt. met n belangrijk verschil. Is roeien de enige sport waarbij het de bedoeling is zo hard mogelijk achteruit te gaan, op de roeifiets rij je gewoon vooruit, je voeten achterna. Met twee benen tegelijk trap je de kogelgelagerde pedaalkooi, het 'voetenboard') van je weg en tegelijkertijd trek je met een zwaai van de rug en met het buigen van je armen het stuurtje naar je toe. Rijden op de roeifiets is voor iemand die gewend is aan de roeibeweging niet lastiger dan op elke andere lage ligfiets. Ben je geen roeier dan is het wat moeilijker, maar met wat oefening en goede wil is het best te leren. Een periode van gewenning is noodzakelijk om overweg te kunnen met de extreem lage positie - je billen zoeven op ongeveer twintig centimeter hoogte over het wegdek - en vooral met het sturen. Aandrijven en sturen met n en hetzelfde stuurtje blijkt pas na een aantal sessies en de nodige kilometers vlekkeloos te verlopen. De voorvork wordt via een stuurstangetje op afstand gestuurd. De stuurbeweging is gedempt door middel van een dempingsrubber op de voorvork. Dat rubbertje verhoogt de rechtuitstabiliteit op snelheid maar maakt keren op de weg, wat door de lengte van de wielbasis toch al een lastige klus is, niet eenvoudiger.

Rijgedrag.

Ben je zover dat je wat energie in de haal durft te stoppen, dan verandert het rijden op de Thys 280 van wiebelig gestuntel met af en toe een handje aan de vloer in een nauwelijks te verwoorden sensatie. Doortrekken op glad asfalt brengt de ware aard van de roeifiets naar boven. Dan ontpopt zich de ultieme snelheidsmachine, gemaakt voor lange snelle ritten over rustige wegen met mooi asfalt. Omdat je makkelijk veel kracht op de pedalen kwijt kunt, is snel accelereren een van de meest sensationele kwaliteiten van de roeifiets. Ga je na een serie harde halen even plat achterover in het stoeltje liggen, dan waan je je een menselijke kogel. Vanwege de lage luchtweerstand hou je tijdens het uitrollen je snelheid lang vast. Maar ook lange tijd achter elkaar in een rustige haal, kun je een hoge snelheid goed vasthouden. Rond de 35 km/h onder neutrale omstandigheden is niet overdreven. Het vasthouden van de snelheid tijdens uitrollen levert een ideale methode op om racefietsers te pesten. Met een paar flinke halen snel erop af, om vervolgens relaxed achterover liggend in te halen en pas ruim nadat je ze gepasseerd bent weer te beginnen met roeien. Aanpikken is voor de racer nauwelijks mogelijk omdat die niet kan profiteren van jouw slipstream.Weg ben je. Dankzij de lange wielbasis is de lage roeifiets beduidend stabieler in het rijgedrag dan de hoge en kortere roeifiets (2 meter 20). Door de grote 'overspanning' bestaande uit een enkele hi-ten stalen buis veert het frame voelbaar door, wat je vooral merkt bij het nemen van een verkeersdrempel. Aan de ene kant is die ingebouwde vering comfortabel, aan de andere kant raak je op slecht wegdek soms even de controle kwijt. Het bewegingstempo op kruissnelheid ligt beduidend hoger dan in een roeiboot.Waar je in een roeiboot in wedstrijdtempo ongeveer 30 halen per minuut maakt, doe je er op de fiets al gauw 40 tot 45. Het voordeel van de fiets ten opzichte van de boot is dat je kunt schakelen, waardoor je makkelijker het gevoelsmatig ideale tempo vindt. Schakelen gebeurt met een stuurcommandeur die aan n van beide uiteinden van het stuurtje zit. Omdat schakelen niet te doen is tijdens het trappen, doe je dat in het ontspannen deel van de beweging, het terughalen van het voetenboard. Om dat technisch mogelijk te maken is de Suntour derailleur enigszins 'verbouwd'. De ketting wordt niet door middel van geleiderolletjes, maar met een aan een voorderailleur analoge kooi naar de verschillende kransjes geleid.

aandrijving

Het principe van de aandrijving is eenvoudig. Door het naar voren drukken van de pedaalkooi - met ondersteuning van de armen via het stuur en de rol aan de voorzijde - drijft de ketting rechtstreeks het achterwiel aan. Aan het einde van de slag trek je je voeten naar je toe, waardoor de ketting weer terugkomt. Via een sterke staaldraad is het achtereinde van de ketting via de rol met het voetenboard verbonden, zodat de ketting altijd strak staat. Door de koppeling tussen stuur en voeten via de staaldraad, voelt fietsen op de 280 anders dan roeien in een boot. Op de Thys strek je je hele opgevouwen lichaam in n vloeiende haal uit naar een eindpositie waarbij je achterover in het zitje rust en je armen ongeveer 90 hebt gebogen. Het stuur draait daarbij om het draaipunt. De optimale roeitechniek in de boot bestaat echter uit het eerst afronden van de beentrap. Pas aan het eind van de 'trap' wordt de rug ingezet om aan het eind van een 'haal' de armen bij te trekken. De hendel verloopt nagenoeg in een horizontale lijn. De uitrusting van de '280' is zeer compleet met goede kwaliteit wielen en banden, hydraulische Magura remmen, Shimano clipless pedalen en oversized ATB-naven. Door de hoge kwaliteit onderdelen en de jarenlange ervaring van de bouwer bleven alle kinderziektes die je zou verwachten van een fiets waarvan er nog niet zo veel gebouwd zijn, uit. Aan de details kun je goed de ervaring en inventiviteit van bedenker Thijs aflezen. Kleine geleidepinnetjes om te zorgen dat de kabel niet var de rol loopt, een geluidsdempertje voor de ketting en het snoertje voor de standaard kilometerteller dat binnen door het frame loopt, zijn een paar voorbeelden. En mocht je onderweg door pech overvallen worden. dan behoren gereedschap, reservekabels en extra binnenbanden tot de standaarduitrusting. Die passen in het speciaal op maat gemaakte achtertasje waar naast ruimte voor reservespullen genoeg ruimte overblijft voor een stevige lunch, een A-4 mapje en je agenda. Al dat moois ten spijt blijft de vraag wat je nou precies moet met zo'n Thys roeifiets. Want naast een sensationeel fitnessapparaat kun je er praktisch gezien niet veel mee. Boodschappen doen in de stad, met een clubje op fietsvakantie, door de ochtendspits met stoplichten en lastige kruispunten naar je werk? Vergeet het maar. En wat dacht je van het opbergen van je fietsje op zolder voor de wintermaanden? Op sommige momenten zit je er meer mee dan om verlegen en voel je je een onhandige hark als je met de fiets aan de hand op je klakkende raceschoentjes het zebrapad oversteekt. Maar kom je buiten de bebouwde kom waar de wegen strak en de auto's zeldzaam zijn, dan wil je niks anders meer. De compleet uitgeruste roeifiets moet f6.900 kosten. Als je kijkt naar de hoeveelheid uren die in elke roeifiets zit en het niveau van de afwerking, is dat geen geld. Maar het is wel een bedrag dat je op zeker tien manieren aan een flinke dosis fietsplezier kunt uitgeven. Wie het aan de lage roeifiets besteedt, heeft n van de meest exclusieve fietsmodellen onder zijn billen en weet zich verzekerd van ruime aandacht en interesse van het 'gewone' fietspubliek.

DE FUNFIETS EN DE THYS 220 WERDEN EERDER in FIETS BESPROKEN. IN DE NUMMERS 8/1992 RESPECTIEVELIJK 6/1992

Dit artikel is overgenomen uit FIETS mei 1996